Verhalen van vroeger

dinsdag 5 november 2019 Algemeen

Verhalen van vroeger

In de loop der jaren is er al veel geschreven over de kerken in Kootwijk en Kootwijkerbroek. Denk maar aan de boeken “Kudde en Herder” van D. de Wit en ‘Kootwijk …een parel in het zand’ door Gerjan Crebolder. Om ons verleden in herinnering te houden willen we daarom af en toe wat uit de historie van onze kerk vertellen. We beginnen maar bij het begin:
Vraag: Weet u wat het plaatsje Varennes-sur-Amance (globaal tussen Luxemburg en het meer van Geneve), Medenblik en de eekschillers van de kerk in Kootwijk met elkaar te maken hebben? De geschiedenis leert het ons!
In de tijd van de Frankische koning Pepijn III (de vader van Karel de Grote) in de 8ste eeuw, was er een ridder aan zijn hof, die Gangulphus heette. Dit was een christelijke grootgrond bezitter uit Varennes-sur-Amance, die de opbrengst van zijn landerijen deelde met de armen van de plaatselijke Petruskerk.
Deze Gangulphus werd samen met bisschop Wulfram door Pepijn III naar West-Friesland gestuurd om daar het evangelie te verkondigen. Tijdens zijn werkzaamheden in het Friese gebied zou hij in Medenblik hebben gewerkt en in Oostwoude een kerk hebben gesticht.
Terug in Frankrijk bleek zijn vrouw overspel te hebben gepleegd met een priester. Toen dit na een zogenaamd Godsoordeel uitkwam (Ze verbrande haar hand in een wonderlijke bron) stuurde hij haar weg en werd hij kluizenaar. Helaas werd hij later door de priester in 760nChr. vermoord. Vanwege allerlei miraculeuze genezingen na zijn sterven werd hij door de paus heilig verklaard en kreeg hij 11 mei als naamdag.
Toen ons kerkje in Kootwijk rond 1500 gebouwd werd kreeg deze als beschermheilige deze Gangulphus van Varennes mee.
Waarom hij zult u zeggen? Dat zou zo kunnen zitten: Naast het feit dat je deze heilige kon aanbidden bij knie- en huidklachten of bij een slecht huwelijk was hij ook de beschermheilige van de leerlooiers en de schoenmakers. En als we het over leerlooien hebben komen de eekschillers van Kootwijk kijken. Rond Kootwijk was veel eikenhakhout. Dit werd in de zomer in stukken afgezaagd en van de bast ontdaan. Deze bast werd gedroogd om hieruit looistoffen te winnen voor de leerlooiers. Waarschijnlijk werd in ons kerkje in Kootwijk dus deze Gangulphus vereerd om een zegen te krijgen op het eekschillers werk! Zo begon zo’n 500 jaar terug onze kerkelijke gemeente!
CvK

Digitaal kerkblad

Wilt u wekelijks ons digitaal kerkblad ontvangen?

Meer informatie